Kolonialisme en toerisme - expo Bali - Tropenmuseum

Kolonialisme en toerisme

Het paradijselijke imago van Bali is bewust gecreëerd

Foto’s, affiches, paleisschatten en verhalen nemen bezoekers mee in de geschiedenis van de negentiende en begin twintigste eeuw。

Creatie van het paradijs

In de negentiende eeuw bestond Bali uit verschillende vorstendommen. In een pijnlijke periode waarin Nederland deze verschillende vorstendommen veroverden kwam in 1908 het hele eiland onder het Nederlands bestuur te staan. Om deze verovering en de heftige strijd die daarmee gepaard ging te verbloemen, hebben de Nederlanders het beeld van Bali als idyllisch en kunstzinnig paradijs bewust gecreëerd.

Zowel in schilderkunst, als fotografie, maar ook in reclame-uitingen gericht op toerisme werd de nadruk gelegd op Bali als het paradijs。 Compleet met taferelen van een vredig dorpsleven met een levendige cultuur。 Door deze propaganda kwam vervolgens de toeristenindustrie in het begin van de 20ste eeuw op gang。

Niet alleen toeristen maar ook westerse kunstenaars worden aangetrokken door het landschap en de cultuur van Bali. In Sanur verkopen de broers Neuhaus uit Duitsland Balinese schilderkunst aan toeristen. Anderen, zoals de Duitser Walter Spies en de Nederlander Rudolf Bonnet, wonen in de jaren 1920-1930 lange tijd in Ubud. Samen met Balinese kunstenaars, die voorheen in dienst waren van de Balinese vorsten, maakten zij vanaf die periode vooral werk voor de toeristenmarkt.

Oorlogsbuit

In dit gedeelte vind je ook de grootste objecten van de expositie: twee paleisdeuren van het paleis van Badung in Denpasar: beide meer dan honderd kilo zwaar en meer dan vier meter lang. Deze paleisdeuren dragen een heftig verhaal:

In 1906 vond er een militaire expeditie plaats tegen de vorst van Badung, I Gusti Gede Ngurah Den Pasar. Er sneuvelden honderden Balinezen door Nederlands geweervuur of een zelfmoord tijdens deze rituele strijd, ofwel puputan. Het paleis werd verwoest en de kunstschatten als oorlogsbuit verdeeld onder musea in Jakarta en de volkenkundige musea in Nederland. 

De schilder W.O.J. Nieuwenkamp was in 1906 op verzamelreis voor Museum Volkenkunde (het toenmalige Rijks Ethnographisch Museum). Per toeval was hij getuige van de puputan en schreef hierover:

“Twee prachtige deuren uit de grote poort, die van het voorplein naar de ruimte voor de gasten voerde, heb ik met veel moeite nog kunnen bewaren. Men had er een brug van willen maken over een waterleiding, ten behoeve van het leger ( …..) een van de weinige dingen die nog niet gestolen waren, om de eenvoudige reden dat dit te zwaar en te groot was.”

Paleisdeuren - Foto: ©KIRSTENVANSANTEN

山东群英会 皇马电竞app 皇马电竞app 申博体育 公益福彩app